De Hemelse Koningin zegt:
“Ik moet zijn Leven in veiligheid brengen,
het grote Geschenk dat God mij toevertrouwde.”
Als Hij neerdaalt in de harten in de sacramentele Hostie,
kom ik samen met Hem om Hem te beschermen.(…)
Ik ben de Drager van Jezus. Hij wil nergens zonder mij zijn.
En wanneer de Priester op het punt staat om de
Woorden van de Consecratie over de hostie uit te spreken,
maak ik mijn moederhanden tot vleugels.
Zo daalt Hij langs mijn handen af om in de hostie geconsacreerd
te worden. En wanneer onwaardige handen Hem aanraken,
laat ik Hem de mijne voelen,
die Hem beschermen en Hem overladen met mijn Liefde.”(…)
“De hemelse Koningin beschermt Jezus – Hostie” BvdH – 34
28 Mei, 1937
